Blog Image

Schrijfbeest

Over het schrijfbeest

Ball ist rund. Spiel dauert neunzig Minuten. Alles andere ist Theorie.

RIP Rik

Sportbeest Posted on 07 Mar, 2013 14:08:37

Wat Jan Wauters voor de radio was, was Rik De Saedeleer voor de televisie. En toch waren ze weer anders. Wauters kon als geen andere, met barokke zwierigheid, een sfeer scheppen, zodat je als luisteraar bijna fysiek zag wat zich pakweg op het veld van Anderlecht of op de flanken van Alpe d’Huez afspeelde. Hij schilderde de contouren van het tableau, de verbeelding om het in te vullen liet hij aan de luisteraar over. En die ging daar maar al te graag in mee.

Heel anders was Rik De Saedeleer. Hij moest geen sfeer scheppen. De kijker zag tegelijk met hem wat zich op het veld afspeelde. En toch: in zijn volkse stijl wist hij bij elke wedstrijd een verhaal te vertellen. Hij verhief de petite histoire tot rode draad in zijn verhaal (San Titaar, San Titaar!). Bovenal: hij voelde een wedstrijd aan. Dat Jurion, Grün, Scifo of Albert zouden scoren tijdens die bepaalde fase, hij wist het altijd een fractie eerder dan alle andere kijkers. En hij kon het ook overbrengen. En hoewel ze allemaal zeggen aan hem schatplichtig te zijn, toch is er tot op vandaag geen enkele voetbalcommentator die zich diezelfde haast mythische status kan aanmeten als De Saedeleer. Hij is de enige echte stem van ons voetbal. En hij zal het wellicht nog wel een tijdje blijven.



Nostalgie

Sportbeest Posted on 16 Jun, 2011 09:38:26

Als je al eens vijfentwintig jaar terug
in de tijd kunt gaan en bewuste herinneringen opdiepen uit die tijd,
betekent dat dat de leeftijd ook begint te vorderen, zelfs al voel ik
me nog even goed – en misschien zelfs beter – dan toen ik 25 was.

Er zijn van die dingen die in het
geheugen gegrift staan als je ze bewust hebt “meegemaakt”: de val
van de Berlijnse muur (1989), de aanslagen in New York (2001) of de
Arabische omwentelingen
(2011), om er maar een paar te noemen. Ook
sportmanifestaties horen daarbij: recent was er nog de Olympische
sprong van Tia Hellebaut (2008) of de spannende strijd om de
wereldtitel in het verspringen tussen Mike Powell en Carl Lewis
(1991), met bijhorend wereldrecord van eerstgenoemde.

Om vele redenen hoort ook de Mundial
van Mexico daarbij. Wat uitgroeide tot de mooiste prestatie van een
Belgisch voetbalteam, begon echter redelijk rampzalig. Met amper 3
punten op 6 én met een derde plaats in de groepsfase had de
Belgische ploeg in elke volgende Wereldbeker onverbiddelijk naar huis
gemoeten. Maar Mexico ’86 was Mexico ’86: alles was mogelijk vanaf de
knock-out-fase in de achtste finales.

De toenmalige Sovjetunie was de
tegenstander van formaat. Dat elftal draaide op de Sovjetkampioen van
toen, Dynamo Kiev, dat en passant ook de Europese beker der bekerwinnaars had
gewonnen dat jaar. Als ik me niet vergis, was er maar één speler in
de Sovjetbasisploeg die niet bij Kiev speelde. Hoewel elke
vergelijking wel ergens spaak loopt, kan je de ploeg toch min of meer
vergelijken met de huidige Spaanse ploeg, die momenteel rond de sterkste
Barcelona-spelers is gebouwd. Zo sterk waren ze dus, die Sovjets, en
nadat ze door de groepsfase van het tornooi waren gedenderd met drie
klinkende zeges, lag de weg naar de wereldtitel open. Geen zinnig
mens die eraan twijfelde dat ze minstens één van de topfavorieten
waren.

Maar in de match der matchen, tegen die
kleine Belgen, liep het fout voor de Russische beer, en speelden de
Rode Duivels zichzelf definitief in de legende. Niet alleen in België
trouwens: een Russisch-sprekende collega vertrouwde me enkele jaren
geleden toe dat ook de Russen die bewuste match van 15 juni 1986
allerminst vergeten zijn.

Tussen de verbeteringen door heb ik
gisterenavond (en -nacht) de heruitzending van die legendarische
match mee kunnen volgen. Het is opvallend hoe het voetbal op 25 jaar
tijd is geëvolueerd, zowel qua voetbalspel als qua omkadering, en
dan heb ik het niet alleen over de (te) korte broekjes en de (te)
lange kapsels. De snelheid van uitvoering is met de jaren fel omhoog
gegaan. Dat hebben de Spanjaarden uiteindelijk met hun ticitaca
geperfectioneerd. Voetbal in één tijd is op internationaal niveau
toch zowat de norm geworden.

Ook de omkadering is dat flitsende spel
gevolgd: de camerabewegingen waren 25 jaar geleden nog redelijk
minimaal. Nu staan op elke hoek van het veld camera’s die elke
spanning van de spieren en elke blik van ontgoocheling registreren en
in eindeloze super-slomo tot bij de moderne kijkers
brengen, vooral als er op het veld even een dood moment valt. In
Mexico waren dode momenten ook echt dode momenten. Als er niets te
zien was, was er ook niets te zien. Enkel de doelpunten werden een
keer of drie herhaald, en dat was dat.

En dan hebben we het nog niet over het
voetbalcommentaar gehad. Rik De Saedeleer beleefde in ’86 niet alleen
het hoogtepunt van de Belgische voetbalploeg, maar zorgde zelf voor
het beste commentaar dat we ooit mochten horen op de televisie. De
Saedeleer had als geen ander oog en oor voor wat er op en rond het
veld gebeurde. Het was de combinatie van de petite histoire en de
gedegen voetbalkennis die het hem deed. Hoe hij het verhaal over San
Titaar
(de lokale patroonheilige van de hopeloze gevallen, volgens
zijn taxi-chauffeur) mengde in zijn beschouwingen over de tactiek van
beide ploegen, hebben er mee toe bijgedragen dat Sovjetunie-België
nog lang de meest legendarische van alle Belgische voetbalwedstrijden
zal zijn. Of om het met de woorden van Rik De Saedeleer te zeggen: “Ze mogen het nog acht keer laten zien.”

https://youtube.com/watch?v=s2tGPoG8LVg



Philippe “d’Artagnan” Candeloro

Sportbeest Posted on 21 Feb, 2010 19:40:10

Kunstschaatsen is een discipline die voor ondergetekende
zowat ondoorgrondelijk is. De vele oohs en aahs van het publiek moet ik doorgaans ondergaan. Ik heb meestal pas door dat het goed fout gaat als de schaatser met zijn
hand het ijs beroert of plat op zijn of haar kunstzinnig gat gaat.

En hoewel ik de namen van Olympische kampioenen wel eens
pleeg te onthouden – een niet echt nuttige kennis die enkel van pas kan komen
in die paar quizzen per jaar waaraan ik deelneem – ben ik de hoofdrolspelers al
vergeten, nog voor de cérémonie protocollaire.

Een eenzame uitzondering is wellicht Philippe
Candeloro
. Kent u hem nog? Een naam als een klok in de wereld van de verfijnde
kunstschaatsers. Volgens kenners was de Franse kunstenaar niet de meest technisch begaafde, maar wel
eentje met een hoge x-factor, zoals dat tegenwoordig heet. Hij won “slechts”
brons op de Olympische Spelen van Nagano (1998) en ik ken zowaar zijn naam. De
naam van de winnaar en van de vice-kampioen zijn me allang ontglipt. Waarom
Candeloro dan toch in mijn geheugen staat gegrift? Omdat hij op onnavolgbare
wijze d’Artagnan op het ijs vereeuwigde.

<!–
WriteFlash('’);
//–>



Eindelijk gewonnen

Sportbeest Posted on 30 Sep, 2009 14:06:42

Het moet van de betreurde Rudi Dhaenens geleden zijn dat we nog zo’n getormenteerde ziel als wereldkampioen hebben gehad. Cadel Evans, beroepsmatige verzamelaar van tweede plaatsen, vierde zijn wereldtitel met een flauw uitgestoken handje, als was hij bang dat het allemaal niet echt was. Nu hij uitgebreid mocht juichen en eindelijk als overwinnaar in de belangstelling stond, hoefde het blijkbaar niet al te excentriek voor de introverte Australiër. En ook op het podium kregen we het beeld van een kwetsbare winnaar te zien. Mooi voor de foto’s, dat wel. Het siert de Lotto-renner dat hij – ook in de overwinning – zichzelf blijft. Geen grootspraak, geen beklijvende oneliners, geen stoute wedstrijdanalyse. Wel gepaste trots en een neus naar vriend en vijand: als ik een goeie dag heb, kan ik wel winnen, wat men ook moge beweren.

Het jaar van Evans illustreert waarom wielrennen zo mooi kan zijn. Tijdens de voorbije maanden lukte het maar niet om te winnen. Op beslissende momenten kwam de renner altijd te kort. Hij werd overladen met bakken kritiek – binnen en buiten de ploeg. Maar tijdens die ene wedstrijd die een jaar en – bij uitbreiding – een carrière kan maken, staat hij er. Cadel Evans, anders altijd minstens een trapje lager, nu op het hoogste schavotje. Hoger bij de hemel zal hij nooit meer geraken. Het weze hem meer dan gegund.



Belachelijk

Sportbeest Posted on 25 Aug, 2008 21:08:40

Beste Ivan Sonck

Sinds jaar en dag ben ik een grote fan van je spitse commentaren en scherpe analyses. En hoewel je door sommige van je collega-kenners vaak verguisd wordt om wat je zegt, kan ik heel dikwijls je redeneringen wel volgen. Tot spijt van wie ‘t benijdt, zeg maar.

Wat je vrijdag echter presteerde, zo’n half uur na de overdonderende prestatie van onze 4×100-damesploeg, was evenwel verre van Olympisch niveau (om maar in de sfeer te blijven).

Dat je als (sport)journalist elke gebeurtenis en prestatie moet kaderen, is niet meer dan normaal. Maar zelfs de grootste critici zullen met verbazing de wenkbrauwen gefronst hebben, toen je zei dat België stricto sensu slechts het vierde beste land ter wereld was in de aflossingsspurt. Nee, ik sluit me volmondig aan bij die altijd nuchtere Aimé Antheunis, die een kwartiertje na jou zei: “Ge moet het maar doen, hé”.

Akkoord, goud zat er in de laatste 100m hoegenaamd niet meer in. En inderdaad, zowel de Amerikanen als de Jamaïcanen waren er dan al niet meer bij. Daar past eigenlijk maar één zin bij: eigen schuld, dikke bult. De Belgen hebben gedaan wat noch de Verenigde Staten, noch Jamaïca gedaan hebben: een team gesmeed. En geoefend op die o, zo belangrijke stokwissels. Tot ze erbij neervielen. Faut le faire

En bovendien, beste Ivan Sonck, we spreken hier niet over een indoor-WK of een atletiekmeeting in Oordegem. Dit was DE finale van de Olympische Spelen! Wie daar een medaille haalt, verdient het niet om gekaderd te worden. Dát zou pas belachelijk zijn.



‘t Is maar hoe je ‘t bekijkt…

Sportbeest Posted on 21 Aug, 2008 11:19:07

Vriend en vijand zal het er over eens zijn dat de Chinezen de succesvolste Olympiërs van deze Olympiade zijn. Met (voorlopig) 45 gouden medailles voeren ze ruim de medaillestand aan. Met ruime voorsprong op de Amerikanen, die nog “maar” 26 keer goud veroverden.

De Amerikanen daarentegen vinden dat zij de medaillestand aanvoeren. Bij Yahoo kijken ze niet naar de kwaliteit van de medaille, maar naar de hoeveelheid gewonnen medailles. En dan staat de USA nipt aan de leiding, met op dit moment 83 medialles tegenover 81 voor China. ‘t Is maar hoe je ‘t bekijkt, natuurlijk…

For the record: ook in de Yahoo-ranglijst staat België op 0. Voorlopig. Daar komt deze namiddag beslist verandering in (Komaan, Jos, don’t let me down).



Het gaat wel degelijk om medailles…

Sportbeest Posted on 20 Aug, 2008 11:48:56

De Standaard kopt vandaag op de voorpagina: “Nog steeds geen medaille”. Echte of vermeende specialisten komen er aan het woord om te zeggen waar het schoentje knelt. De (in)competentie van het BOIC, de versnippering van het Belgische/Vlaamse/Waalse beleid, het gebrek aan talent en doorzettingsvermogen, de Nederlandse succesformule, het komt allemaal aan bod.

Maar ik moest me bijna verslikken toen ik de quote van Ronald Gaastra las:”Jullie zijn te veel gericht op medailles. Als iemand maar vijftiende of zestiende wordt, wordt hij afgeschoten. Maar dat is heel vaak niet terecht. Die atleet behoort dan tot het kruim onder de sporters en voldoet aan de internationale norm.”

Beste meneer Gaastra, ik heb zeer veel respect voor uw coachwerk. U hebt ons in het verleden samen met Fredje Deburghgraeve heel veel sportplezier bezorgd. U hebt ook een oog voor talent. Dat u uw grote talent Elise Matthysen met de voetjes op de grond wil houden, siert u, maar eerlijk gezegd: dat is ook uw taak als coach.

U moet weten dat er ook zoiets bestaat als de publieke opinie. Op dat vlak is België niet anders dan elk ander land. Laten we een kat een kat noemen: bij Olympische Spelen draait het letzten Endes wel degelijk om de medailles. En dan staan we er voor de lopende Spelen in Peking niet zo bijster best voor.

Maar om positief te eindigen: als alles nu eens heel goed meezit, wint Jos Lansink later vandaag goud in de jumping, Brian Ryckeman (onderschat die man toch niet!) morgen brons in de 10 km open water. Zaterdag kan Sven Nys in een superdag iedereen aan (ik tip op goud), Tia Hellebaut gaat zilver halen en de 4×100-damesploeg wint brons. Virtuele balans van de Spelen: twee keer goud, één keer zilver en twee keer brons. De medailles komen er – hopelijk – aan. Want daar draait het wel degelijk om.