Tussen Kerst en Nieuwjaar mocht ik opnieuw preken. Ditmaal over de Heilige Familie.

Iets
meer dan twee weken geleden werden Isabelle en ik voor de vierde keer
« tante en nonkel ». Het is het eerste kindje van mijn schoonbroer en
schoonzus. Negen maanden hebben zij naar de komst van hun kleine Dante
uitgekeken. En wij ook, want Isabelle mag meter zijn.

Onze
« advent » heeft dus negen maanden geduurd. En nu het kindje er is,
draait het leven van de kersverse mama en papa (en van de kersverse tante en
nonkel) eigenlijk alleen maar rond dat hulpeloze wezentje, dat we alleen maar
kunnen omringen met – zoals Paulus het uitdrukt – « tedere ontferming,
goedheid, deemoed, zachtheid en geduld. » Elk pasgeboren wezentje doet ons
terugdenken aan onze eigen pasgeboren kinderen. Je hebt er negen maanden naar
uitgekeken, ze worden geboren, en dan overvalt je de vraag : « En
nu ? Wat moeten we nu doen ? »

Al heeft
de advent – de tijd van verwachting voor Kerst – geen negen maanden geduurd,
toch hebben we dezelfde vraag : « Het kind is geboren. Wat
nu ? » Een ding is absoluut zeker : je wil voor dat kind zorgen,
je wil het opvoeden en grootbrengen, je wil het beschermen. En daar heb je
alles voor over.

De
historische en politieke omstandigheden waren rond het begin van onze
jaartelling allesbehalve gemakkelijk voor een jong joods gezin. En toch worden
ze beschermd. Het is God zelf die zich over hen ontfermt. Hij loodst hen naar
Egypte. Nu staat Egypte in de Bijbel niet bepaald bekend als een vakantieland.
Egypte is in de Bijbel het symbool voor onvruchtbaar, vijandig gebied. Het zou
zijn alsof men je vandaag de dag vraagt naar Syrië uit te wijken. Niet evident,
en toch, als dat je kind van de dood kan redden, dan doe je dat.

Goede
vrienden, het evangelie van vandaag roept ons op om de vreugde van de geboorte
om te zetten in liefdevolle zorg, in de zin zoals Paulus het heeft
beschreven : « laat de vrede van Christus heersen in uw hart. » Die
liefdevolle zorg werd toen opgenomen door Maria, de « moeder Gods ».

Die zorg
wordt nu van Gods kerk gevraagd. De kerk is in de Traditie het beeld van Maria.
Wij worden dus als kerk opgeroepen om, op de wijze van Maria, de zorg voor
Christus op te nemen, zodat het Lichaam van Christus opnieuw kan geboren
worden, zodat het Woord in onze tijd opnieuw Mens kan worden.

Vandaag
is het het Feest van de Heilige Familie. Vroeger dacht ik dat dat een
ongenaakbare familie was, die ooit eens geleefd heeft, maar ons vandaag nog
weinig te vertellen heeft. Totdat we enkele jaren geleden met een tiental
gezinnen uitgenodigd werden bij de broeders van de Tibériade in Lavaux-St-Anne.
De broeder die ons ontving, getuigde van zijn leven vol gebed en overgave aan
God. De getuigenis over zijn leven van gebed was een welgekomen rustpunt in ons
drukke gezinsleven: zo’n leven zouden we nooit kunnen bereiken, we kunnen er
alleen maar van dromen. Totdat hij zei: “Ik wil jullie, gezinnen, bedanken om
allemaal een beetje Heilige Familie te zijn. Je hebt er geen idee van hoe ons
dat in ons drukke bestaan van een leven vol gebed in evenwicht houdt.”

Heilige
Familie? Wij? Welnu, overal waar – soms tegen de stroom in – liefdevolle zorg
wordt opgenomen voor hulpelozen, rechtelozen en uitzichtslozen, wordt opnieuw
de zorg voor de pasgeboren Christus opgenomen. Voor wie dat met overtuiging
doet: dankjewel om een beetje Heilige Familie te zijn.