De Amerikaanse lesbische feministe Judith Butler, de Italiaanse socioloog
Toni Negri en de Sloveense cultuurcriticus Slavoj Žižek. Drie denkers die de hedendaagse
linkse filosofie kunnen samenballen, maar
niet zonder controverse. Critici verwijten zowel Butler, Negri als Žižek zeer ontoegankelijk
jargon. Toch hebben ze heel wat invloed uitgeoefend op bijvoorbeeld de ‘Occupy-beweging’.

Butler zet zich actief af tegen opgelegde hokjesmentaliteit (man/vrouw, hetero/homo,
Amerikaan/buitenlander) omdat die de ongelijkheid enkel zou vergroten. Ze stelt voor de
kwetsbaarheid als uitgangspunt te nemen,
omdat dat eigen is aan alle mensen. De wortels van Negri’s denken liggen in de autonome
arbeidersstrijd van de jaren ’60. Als postmodernist blijft hij toch hameren op de mogelijkheid van maatschappelijke bevrijding voor
de arbeidersklasse. Zelf komt hij “langs de bevrijdingstheologische Azione Cattolica” bij de
socialistische partij terecht. Wanneer links in
de jaren ‘ 80 fel verzwakt, zoekt hij aansluiting
bij de Franse poststructuralist Gilles Deleuze.
In zijn recentere werk blijft Negri zich verzetten tegen de uitwassen van het kapitalisme.

Eigenlijk is het waanzin om de filosofie van
veelschrijver Žižek op veertig bladzijden samen te vatten. Toch zijn de samenstellers van
dit boek daar wonderwel in geslaagd. De Sloveen geeft radicale kritiek op het neoliberale
discours en probeert het communisme opnieuw uit te vinden. Bij Žižek mondt de klassenstrijd noodzakelijk uit in “handelingen die
de bestaande maatschappelijk-symbolische
orde ondergraven en opschudden”. Alleen zo
kunnen nieuwe vormen van participatie ontstaan. Zo geeft Žižek een nieuwe invulling aan
de“dictatuur van het proletariaat”.

Bart Van der Steen, Jasper Lukkezen, Leendert
van Hoogenhuijze, Butler, Negri en Žižek.
Een inleiding op de hedendaagse linkse
filosofie
, Damon, Budel, 144 blz., € 16,90.

(Deze bijdrage verscheen in Tertio van 23/10/2013)